Terug

Bedirhan.

Bedirhan Iri is blindgeboren en mijn jongste gesprekspartner tot nu toe. Ik vind het heel spannend: hoe diep kun je met een 7-jarig jongetje gaan als je het hebt over beeld? Laat ik zijn speelgoed als startpunt nemen.

Een gezellig Turks gezin met vier jongetjes, waarvan Bedirhan de op een na oudste is. Vader heeft voor de gelegenheid die middag vrij genomen. Op mijn verzoek is het gesprek met Bedirhan niet voorbereid. Hij is er maar wat trots op dat iemand speciaal is gekomen om met hem te praten. Als later zijn oudere broer thuiskomt, wordt die ook meteen goed geïnstrueerd: ‘Hij heet geen mijnheer, hij heet Chris.’

Bedirhan, wil jij me helpen? Ik wil je wat vragen.
Ja dat is goed, maar wil je ook een tekening met mij maken? Wat voor tekening zullen wij gaan maken?

Wat jij wil. Maar laat ik je eerst wat vertellen. Voor mijn boek praat ik met mensen die net als jij niet kunnen zien. Voor mij is dat is raar en ik wil weten hoe het zit. Nu praat ik met jou en dan kom jij ook in het boek.
Dat kan niet. Ik pas niet in een boek.

Praat je ook met kinderen die wel kunnen zien?
Nee, niet voor dit boek.

Ik kan niet zien, maar wel heel goed zwemmen. Morgen hebben we zwemles. Ik kan al onder water en ben door de hoepel geweest. Maar van de glijbaan durf ik niet. Dan val je gelijk – boem! – in het water.

En dan weet je niet waar je bent.
Jawel, nog steeds bij de kant.

Wat is je lievelingsspeelgoed?
Al mijn speelgoed maakt geluid. Mijn lievelings is Furby.

Bedirhan zit met Furby in zijn handen.
‘Ik zit al mijn hele leven op jou te wachten. Tata, wakker worden: snoep en taart!’

Wat heb je nu in je handen?
Hoe bedoel je?

Wat denk jij dat ik bedoel?
Hij is groot. Hier zitten zijn ogen. Hier ook. En hier zitten zijn voeten.

Denk je dat hij er leuk uitziet?
Ja, want hij kletst.

Ah, je hebt wat anders gepakt. Wat is het?
Een pop. Hij zingt liedjes. Ik vind het een leuke pop, maar als de batterij leeg is, speel ik er niet mee.

En, ziet je pop er leuk uit?
Ja, omdat hij muziekjes maakt. Als je op de buik drukt, speelt hij een liedje. Een slaapliedje. Ga maar slapen. Ik heb hem al heel lang. Wel 100%.

Vertel eens over je school. Krijg je al lettertjes?
Nee, maar wel braille lezen. Ik kan één vies woord lezen: kak. Maar ook bek en lek.
We hebben ook keuze-uren. Ken je dat? Dan mag je kiezen waarmee je wilt spelen. Bijvoorbeeld met lego, duplo of k’nex.

En kun jij dan dingen bouwen?
Ja, een auto of een politieauto. Een skelter of een fiets.

En tekenen?
Ik doe wel tekenen maar ik weet niet wat.

Ik krijg een demonstratie. Er komt een standaard kleurboek op tafel met een bakje viltstiften wat leidt tot een volstrekt willekeurige kraspartij. Bedirhan heeft geen enkel idee waar hij mee bezig is. Tot mijn verbazing blijken zijn ouders niet op de hoogte te zijn van specifiek tekenpapier voor blinde kinderen. Mijn verbazing neemt alleen maar toe als ik vraag naar de begeleiding die zij krijgen rond het grootbrengen van een blind kind: totaal niets. Ze vinden zelf oplossinkjes uit, zoals het maken van klikgeluiden als ze met Bedirhan op straat lopen.

Het valt me op dat Bedirhan aan alles ruikt. Zijn vader vertelt me dat Bedirhan een ijzersterk geheugen heeft voor geuren. Wanneer ik hem over 3 maanden een hand geef, herinnert hij zich mijn vorig bezoek dankzij de geur die ik meebreng.

Als je aan een stift ruikt, moet je wel uitkijken anders heb je een gekleurde neus.
Ik klei ook wel. Dat vind ik leuker. Want dan kun je dingen maken: een bal of een slang, een bakje, een wc. Dat kun je allemaal van klei maken. Maar een trap kun je niet maken. Want klei is niet zo heel groot. Als ik het maak, dan lijkt het niet als trap. Dan lijkt het als iets anders.

Hoe denk je dat een trap eruit ziet?
Heel mooi want je kunt erlangs naar boven. Maar een lift is ook mooi. Weet je waarom? De lift gaat veel sneller dan de trap.

Ondertussen bouw ik de fotoset op. ‘Mag ik je meehelpen?’ ‘Tuurlijk, ik ben hier en nu hier.’ ‘Ik weet dat je hier bent.’ Bedirhan vindt statieven reuzespannend. Hij kan iets bouwen dat al snel veel groter is dan hijzelf. Doorlopend vraagt hij aan mij waarmee hij bezig is. Hij ontdekt een flitser en de kleine knopjes aan de achterkant. ‘Hé, dit is braille!’

Weet jij wat een foto is?
Ja, dan moet je kijken naar een telefoon en dan hoor je een piepgeluid. Dat is een foto.

En weet je wat er dan gebeurd is?
Niks, dan is het gewoon een foto.

Twee weken later keer ik terug met een tekenbord, pen en een stapel tekenpapier voor blinden. Alles wordt uitgebreid betast en besnuffeld. Vooral dat laatste maakt indruk omdat zowel het papier als het tekenbord nogal stinken. Dan het allereerste gebruik. Ik herinner me nog mijn ‘wauw’ toen ik voor het eerst in een doka vanuit een wit stuk papier een foto tevoorschijn zag komen. Dezelfde reactie zie ik nu terug bij Bedirhan. Hij trekt een streep en kan die vervolgens ook daadwerkelijk voelen. Het maakt een enorme indruk. Na een tijdlang streepjes te hebben getrokken, gaat hij naar de volgende uitdaging: een rondje maken. Geweldig, die eerste stappen van Bedirhan in het ontdekken van een nieuwe manier om beeld te vormen.

BB1.jpg